Regelgeving

EcoDesign 2026 en Klasse 5: wat de regelgeving nu vereist

Overzicht van de EcoDesign ErP-verplichtingen, het energielabel A++/A+ en de norm EN 303-5 Klasse 5 voor biomassaketels die in Luxemburg en België op de markt worden gebracht en geïnstalleerd.

Pierre JamartFondateur Tatano Luxembourg·Bijgewerkt op 25 april 2026·5 min leestijd

Drie teksten die niet door elkaar gehaald mogen worden

Drie afzonderlijke regelgevende kaders omkaderen de biomassaketels die in Luxemburg en België worden verkocht. Ze door elkaar halen is de eerste oorzaak van niet-conforme offertes.

De ErP / EcoDesign-verordening 2015/1189 legt sinds 2020 de minimumdrempels vast voor rendement en emissies van ELKE vastebrandstofketel die op de Europese markt wordt gebracht — verkoop van niet-conforme toestellen is verboden. De ErP / Energy Label-verordening 2015/1187 legt parallel het energielabel A+++ → G op dat zichtbaar moet zijn op het product. En de norm EN 303-5 (versies 2012 en 2021) definieert de klassen 3, 4 en 5 op basis van rendement en emissies gemeten in laboratorium.

Wat 2026 verandert

Sinds 1 januari 2026 vereisen meerdere energiepremies in Luxemburg en België (met name de Klimabonus voor de vervanging van een fossiele ketel) een biomassaketel met certificatie Klasse 5 EN 303-5 EN minimum energieklasse A+. In de praktijk sluit dit oude "low-tech" ketels uit en stuurt het de markt richting biomassa-condensatieketels, traagverbrandingsmodellen en moderne vergassers.

Voor bestaande installaties geldt vooralsnog geen retroactieve vervangingsverplichting. Maar bij een renovatie met overheidssteun moet het beoogde seizoensrendement voldoen aan de EcoDesign 2022-drempels (seizoensrendement ≥75 % voor manuele ketel, ≥77 % voor automatische).

Technische criteria Klasse 5

EN 303-5:2012 en 2021 definiëren Klasse 5 met de volgende drempels, gemeten op nominaal vermogen en bij deellast:

  • Nuttig rendement ≥ 87 % (manuele ketel) of ≥ 89 % (automatische)
  • CO-emissies ≤ 700 mg/Nm³ (manueel) / ≤ 500 mg/Nm³ (automatisch) bij 10 % O₂
  • OGC-emissies ≤ 30 / 20 mg/Nm³
  • Stofemissies ≤ 60 / 40 mg/Nm³
  • Test op gespecificeerde brandstof (ENplus A1-pellets, blokken met vochtgehalte ≤25 %, snippers M30)

Tatano-modellen conform Klasse 5

Het volledige actuele Tatano-gamma bestemd voor de markten LU/BE is gecertificeerd EN 303-5 Klasse 5 en bezit het energielabel A+ of A++: Blu Evo, Kalorina Série 22 CL5 Pellet en Cippato, Kalorina LE-PA Classe 5, Kalorina LE-PA Cippato, Kalorina Série 23 met Mobiel Rooster, Kalorina Mini K Low Emission. De vroegere Klasse 4-modellen worden sinds 2024 niet meer verdeeld.

Conformiteit "op papier" volstaat niet: het werkelijke rendement op locatie hangt af van de schoorsteentrek, de gebruikte brandstof (vochtgehalte, korrelgrootte) en het onderhoud. De certificaten worden in laboratorium afgeleverd, maar de exploitatie volgt de regels van het vak die wij documenteren in de installatiehandleiding en bij de inbedrijfstelling.

Uw verplichtingen bij vervanging van een oude ketel

Om in aanmerking te komen voor de Klimabonus 2026 (Luxemburg) of de regionale Belgische energiepremies (Wallonië, Vlaanderen, Brussel) moet uw nieuwe ketel verplicht: gecertificeerd zijn EN 303-5 Klasse 5 (bewijs: conformiteitsverklaring van de fabrikant), een energielabel ≥ A+ hebben, geïnstalleerd worden door een erkend installateur (in Luxemburg de certificering "Maison Energie" of equivalent; in Wallonië erkenning per categorie).

Het oude toestel moet gedemonteerd worden en de afvoer ervan moet geattesteerd zijn opdat de premie zou worden uitbetaald. Bewaar de aankoop- en installatiefacturen ÉN het terugnamebewijs van het oude toestel — ze worden gevraagd bij uitbetaling van het dossier.

Persoonlijk advies nodig?

Ons team begeleidt u bij keuze, dimensionering en het indienen van uw premiedossier.